• FR
  • NL
  • EN

Anticiperen op de stijging van de roerende voorheffing op VVPR-bis dividenden: wat u begin 2026 moet weten

De aangekondigde hervorming van de roerende voorheffing op VVPR-bis dividenden leidt tot een stijging van het tarief van 15 % tot 18 %. Hoewel de precieze inwerkingtreding nog afhangt van de publicatie van de wijzigingswet in het Belgisch Staatsblad, sluit het venster om voor het laatst te profiteren van het verlaagde tarief snel.

Voor de bestuurder-aandeelhouders van BV en de professionals die hen adviseren, is de vraag dus niet of de verhoging zal plaatsvinden, maar hoe men, indien nodig, een uitkering tegen het tarief van 15 % kan veiligstellen vóór de inwerkingtreding van het nieuwe tarief.

1) Vanaf wanneer zal het tarief van 18 % van toepassing zijn?

Het aangekondigde principe is als volgt: de verhoging van het tarief van de roerende voorheffing wordt van kracht op de eerste dag van de maand volgend op de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad.

Op dit moment zijn twee scenario’s plausibel:

  • publicatie in februari 2026 → toepassing van het tarief van 18 % vanaf 1 maart 2026;
  • latere publicatie → mogelijke toepassing vanaf 1 april 2026.

In de praktijk blijft het tarief van 15 % van toepassing op VVPR-bis dividenden die worden toegekend of betaald vóór de inwerkingtredingsdatum, zolang de wet nog niet is gepubliceerd.

Wij denken dat er ten vroegste vanaf april 2026 toepassing zal zijn!


2) Waarom laat de jaarlijkse algemene vergadering niet toe om te anticiperen?

In de meeste vennootschappen wordt de jaarlijkse algemene vergadering (gewone AV) gehouden tussen april en juni.

De dividenden die op dat moment worden beslist, betreffen het boekjaar 2025 en, behoudens een zeer late publicatie van de wet, vallen zij hoogstwaarschijnlijk onder het nieuwe tarief van 18 %.

Het is theoretisch mogelijk om de datum van de jaarvergadering te vervroegen, maar dat veronderstelt dat:

  • de jaarrekeningen 2025 reeds zijn opgesteld;
  • alle wettelijke formaliteiten (oproepingsbrieven, termijnen, enz.) kunnen worden gerespecteerd.

In de praktijk is deze optie voor de meeste KMO’s zelden realistisch. Maar zij is wel bespreekbaar: de kans bestaat dat de fiscus hiertegen bezwaar maakt en een algemeen anti-misbruikbeginsel zal inroepen.


3) Wat is het alternatief: het interim-dividend?

Om de stijging van de roerende voorheffing voor te zijn, wordt meestal gekozen voor een bijzondere algemene vergadering die een interim-dividend uitkeert.

Dit mechanisme berust op de regels van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) inzake de uitkering van dividenden gedurende het boekjaar, mits naleving van de kapitaalbeschermingstests die eigen zijn aan de BV:

  • de test van het netto-actief (het eigen vermogen mag na uitkering niet negatief worden);
  • de liquiditeitstest (de raad van bestuur moet bevestigen dat de vennootschap haar opeisbare schulden gedurende minstens 12 maanden kan voldoen).

Binnen dit kader kan het dividend worden onttrokken aan:

  • overgedragen winsten;
  • beschikbare reserves vermeld in de afgesloten jaarrekeningen (in dit geval die van het boekjaar 2024, bij gebrek aan recentere tussentijdse staten).


4) Wat is het maximaal uitkeerbare bedrag?

Het maximaal uitkeerbare bedrag is nooit een „mechanisch“ gegeven. Het moet worden bepaald op basis van een zorgvuldige financiële analyse.

In de praktijk zal de werkgever-bestuurder moeten nagaan:

  • de hoogte van de beschikbare reserves en overgedragen winsten per 31 december 2024;
  • de impact van de uitkering op het eigen vermogen (test van het netto-actief);
  • de capaciteit van de vennootschap om aan haar toekomstige verplichtingen te voldoen (liquiditeitstest).

Illustratief voorbeeld

Een BV heeft op 31 december 2024 een overgedragen winst van 120.000 € en beschikbare reserves van 80.000 €.

Na analyse van de test van het netto-actief en het liquiditeitsplan besluit de raad van bestuur dat een interim-dividend van 50.000 € kan worden uitgekeerd zonder de continuïteit van de onderneming in gevaar te brengen.

Als deze uitkering wordt toegekend vóór de inwerkingtreding van het nieuwe tarief, is zij onderworpen aan de roerende voorheffing van 15 % (oftewel 7.500 €), tegenover 9.000 € bij het tarief van 18 %.


5) Hoe wordt de datum van toekenning van het dividend veiliggesteld?

Een van de gevoeligste punten is het bewijs van de datum van toekenning van het dividend. Bij een fiscale controle kan de administratie nagaan of de uitkering effectief is gebeurd vóór de inwerkingtreding van het nieuwe tarief.

In dat opzicht worden verschillende voorzorgen aanbevolen:

  • het houden van de bijzondere algemene vergadering vóór 1 maart (of 1 april, afhankelijk van de publikatiedatum);
  • het daadwerkelijk betalen van het dividend vóór die datum, of minstens het inschrijven ervan op de rekening-courant van de bestuurder-aandeelhouder;
  • het geven van een zekerheidsdatum aan het proces-verbaal van de bijzondere AV, onder meer door het registreren van het PV (met beperkte administratieve kosten), wat de chronologie van de gebeurtenissen waarborgt.


Samenvattende tabel

Kernvraag

Toepasselijke regel

Aandachtspunt

Huidig VVPR-bis tarief

15 %

Toepasselijk tot de inwerkingtreding van de wijzigingswet

Aangekondigd nieuw tarief

18 %

Toepassing op de eerste dag van de maand volgend op de publicatie

Uitkering via jaar-AG

Weinig geschikt om te anticiperen

AG vaak na inwerkingtreding

Interim-uitkering

Mogelijk via bijzondere AG

Naleving van netto-actief en liquiditeitstests

Bewijsdatum

Betaling / rekening-courant + zekere datum PV

Veiligstelling bij controle


Aanbevelingen voor bestuurders en hun adviseurs

  • Snel de financiële situatie van de vennootschap analyseren
    Voor elke beslissing is een onderzoek van de beschikbare reserves en de liquiditeit onmisbaar.
  • Indien nodig een bijzondere algemene vergadering plannen
    Is een vervroegde uitkering voorzien, dan moet de vergadering vóór de cruciale datum worden georganiseerd.
  • De wettelijke tests zorgvuldig documenteren
    De motivatie van de raad van bestuur met betrekking tot de liquiditeitstest moet in het juridische dossier van de vennootschap worden bewaard.
  • De datum van toekenning veiligstellen
    Het registreren van het proces-verbaal en de effectieve betaling vormen belangrijk bewijs bij eventuele discussie met de belastingdienst.


Conclusie

De aangekondigde verhoging van de roerende voorheffing op VVPR-bis dividenden verandert het afwegingsproces tussen winstuitkering en winstinhouding aanzienlijk.

Hoewel er begin 2026 nog een anticipeerbare kans bestaat, vergt dit een strikte aanpak, zowel juridisch als financieel. Voor accountants en belastingadviseurs is de uitdaging om fiscale optimalisatie te combineren met strikte naleving van de bescherming van schuldeisers, zodat de kortetermijnkans niet omslaat in een juridisch risico op middellange termijn.


Bronnen

  • Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV), regels inzake de uitkering van dividenden in BV’s (tests van netto-actief en liquiditeit).
  • VVPR-bis regeling betreffende de roerende voorheffing (IB 92, art. 269, §2, lid 2, en uitvoeringsbepalingen).

Mots clés

Articles recommandés

Meerwaardebelasting: een parlementair debat zonder de accountants?

Begrotingsakkoord Arizona: een verwachte opluchting, maar tegen welke prijs voor de 'middenklasse'?

Wanneer de fiscaliteit in cirkels draait: de managementmaatschappij verdient beter dan lapmiddelen.