• FR
  • NL
  • EN

Woon-werkverkeer in 2026: de geleidelijke afschaffing van de forfaitaire vergoeding van 0,15 €/km voor voertuigen met verbrandingsmotor.

De fiscaliteit van verplaatsingen van en naar het werk kent een belangrijke omslag vanaf 2026. Lange tijd beschouwd als een eenvoudig en overzichtelijk mechanisme, wordt de forfaitaire kilometervergoeding van 0,15 euro per kilometer nu diepgaand beïnvloed door het beleid ter vergroening van de mobiliteit.

Deze hervorming, vaak als technisch gezien, verdient echter een aandachtige lezing, gezien de praktische gevolgen die concreet zullen zijn voor zowel loontrekkenden als zelfstandigen in de personenbelasting.


1. De forfaitaire vergoeding van 0,15 €/km: herhaling van het principe

De forfaitaire vergoeding van 0,15 euro per kilometer vormt een vereenvoudigde methode om fiscaal de kosten voor verplaatsingen tussen de woning en de werkplaats af te trekken, wanneer de belastingplichtige niet kiest voor de globale forfaitaire kosten.

Ze is van toepassing :

  • op de loontrekkenden die kiezen voor de werkelijke kosten ;
  • op de zelfstandigen in de personenbelasting die beschikken over één of meerdere vaste werkplaatsen.

Deze verplaatsingen worden niet beschouwd als strikt zakelijke verplaatsingen, wat een specifieke regeling rechtvaardigt, onderscheiden van de werkelijke kosten verbonden aan zuiver beroepsmatige verplaatsingen.


2. Wat verandert er vanaf 1 januari 2026

2.1. Algemeen principe: een gerichte aftrekbaarheid

Vanaf 2026 blijft de aftrekbaarheid van de forfaitaire vergoeding van 0,15 €/km uitsluitend behouden voor :

  • voertuigen zonder CO₂-uitstoot (100% elektrische voertuigen) ;
  • bepaalde verbrandingsmotorvoertuigen of hybriden die van een overgangsregeling genieten.

Voor nieuwe verbrandingsmotorvoertuigen of hybriden die vanaf 1 januari 2026 worden aangeschaft verdwijnt de aftrek echter volledig en onmiddellijk.


2.2. De overgangsregimes: een geleidelijke afbouw

Verbrandingsmotorvoertuigen of hybriden die werden aangeschaft, geleased of gehuurd :

  • voor 1 juli 2023, of
  • tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025,

blijven gedeeltelijk genieten van de forfaitaire vergoeding, volgens een reeds begonnen afbouwschema :

Jaar

Aftrekpercentage

2025

75 %

2026

50 %

2027

25 %

2028

0 %

Vanaf het aanslagjaar 2029 zal geen enkele aftrek meer overblijven voor deze voertuigen.


3. Een hervorming voortgekomen uit een eerdere beslissing

Het is belangrijk te benadrukken dat deze hervorming politiek niet nieuw is. Ze vloeit voort uit beslissingen die in 2021 door een vorige regering werden genomen, met een duidelijk doel :

> de fiscale stimulans voor het gebruik van CO₂-uitstotende voertuigen geleidelijk terugdringen.

De achterliggende logica is bewust: het gedrag sturen naar duurzamere mobiliteitsoplossingen door middel van fiscale instrumenten in plaats van een directe verbodspolitiek.


4. Focus op zelfstandigen in de personenbelasting

4.1. Drie soorten verplaatsingen onderscheiden

Voor zelfstandigen blijft de kwalificatie van verplaatsingen essentieel :

  1. Privéverplaatsingen → nooit aftrekbaar.
  2. Verplaatsingen woning – vaste werkplaats → in aanmerking voor de forfaitaire vergoeding van 0,15 €/km (onder voorbehoud van de nieuwe CO₂-regels).
  3. Zuiver zakelijke verplaatsingen → alleen aftrekbaar via de werkelijke kosten.


4.2. Wat is een vaste werkplaats?

De fiscus beschouwt als vaste werkplaats iedere plaats waar de zelfstandige zijn activiteit minstens 40 dagen per jaar uitoefent.

Letpunten

  • de maximale toegelaten afstand bedraagt 100 km enkele reis ;
  • er kunnen meerdere vaste werkplaatsen zijn in hetzelfde jaar.


4.3. Voorbeeld met cijfers

Een zelfstandige legt elke dag een verplaatsing woning–vaste werkplaats af van 40 km heen en terug, over 200 dagen : 200 × 40 × 0,15 € = 1.200 €
Dit bedrag blijft alleen aftrekbaar indien het voertuig voldoet aan de toepasselijke CO₂-voorwaarden.


5. Werkelijke kosten of forfaitaire kosten: een structurele keuze

De keuze blijft cruciaal tussen :

  • werkelijke kosten,
  • wettelijke forfaitaire kosten.

Belangrijk om te herinneren: indien de belastingplichtige opteert voor de forfaitaire kosten, is geen aanvullende aftrek voor de forfaitaire vergoeding van 0,15 €/km mogelijk, aangezien deze als inbegrepen wordt beschouwd in de globale forfaitaire kosten.


6. Samenvattende tabel

Voertuigstatus

Forfait 0,15 €/km in 2026

Elektrisch voertuig

Behouden

Verbrandingsvoertuig gekocht vóór 01/07/2023

⚠️ Gedeeltelijk (50 %)

Verbrandingsvoertuig gekocht tussen 01/07/2023 en 31/12/2025

⚠️ Gedeeltelijk (50 %)

Verbrandingsvoertuig of hybride gekocht in 2026

Afschaffing


Conclusie

De geleidelijke verdwijning van het forfait van 0,15 €/km voor verbrandingsvoertuigen betekent een structurele verandering in de fiscaliteit van woon-werkverkeer.

Naast de onmiddellijke financiële impact vereist deze hervorming een strategische reflectie over de keuze van het voertuig, de manier van aftrekken van kosten en, ruimer, de organisatie van professionele mobiliteit.

In deze context speelt de accountant een centrale rol: de fiscale regelgeving vertalen in concrete beslissingen die aansluiten bij de realiteit van elke belastingplichtige.

Mots clés

Articles recommandés