
De fiscaliteit van verplaatsingen van en naar het werk kent een belangrijke omslag vanaf 2026. Lange tijd beschouwd als een eenvoudig en overzichtelijk mechanisme, wordt de forfaitaire kilometervergoeding van 0,15 euro per kilometer nu diepgaand beïnvloed door het beleid ter vergroening van de mobiliteit.
Deze hervorming, vaak als technisch gezien, verdient echter een aandachtige lezing, gezien de praktische gevolgen die concreet zullen zijn voor zowel loontrekkenden als zelfstandigen in de personenbelasting.
De forfaitaire vergoeding van 0,15 euro per kilometer vormt een vereenvoudigde methode om fiscaal de kosten voor verplaatsingen tussen de woning en de werkplaats af te trekken, wanneer de belastingplichtige niet kiest voor de globale forfaitaire kosten.
Ze is van toepassing :
Deze verplaatsingen worden niet beschouwd als strikt zakelijke verplaatsingen, wat een specifieke regeling rechtvaardigt, onderscheiden van de werkelijke kosten verbonden aan zuiver beroepsmatige verplaatsingen.
Vanaf 2026 blijft de aftrekbaarheid van de forfaitaire vergoeding van 0,15 €/km uitsluitend behouden voor :
Voor nieuwe verbrandingsmotorvoertuigen of hybriden die vanaf 1 januari 2026 worden aangeschaft verdwijnt de aftrek echter volledig en onmiddellijk.
Verbrandingsmotorvoertuigen of hybriden die werden aangeschaft, geleased of gehuurd :
blijven gedeeltelijk genieten van de forfaitaire vergoeding, volgens een reeds begonnen afbouwschema :
Jaar | Aftrekpercentage |
2025 | 75 % |
2026 | 50 % |
2027 | 25 % |
2028 | 0 % |
Vanaf het aanslagjaar 2029 zal geen enkele aftrek meer overblijven voor deze voertuigen.
Het is belangrijk te benadrukken dat deze hervorming politiek niet nieuw is. Ze vloeit voort uit beslissingen die in 2021 door een vorige regering werden genomen, met een duidelijk doel :
> de fiscale stimulans voor het gebruik van CO₂-uitstotende voertuigen geleidelijk terugdringen.
De achterliggende logica is bewust: het gedrag sturen naar duurzamere mobiliteitsoplossingen door middel van fiscale instrumenten in plaats van een directe verbodspolitiek.
Voor zelfstandigen blijft de kwalificatie van verplaatsingen essentieel :
De fiscus beschouwt als vaste werkplaats iedere plaats waar de zelfstandige zijn activiteit minstens 40 dagen per jaar uitoefent.
Letpunten
Een zelfstandige legt elke dag een verplaatsing woning–vaste werkplaats af van 40 km heen en terug, over 200 dagen : 200 × 40 × 0,15 € = 1.200 €
Dit bedrag blijft alleen aftrekbaar indien het voertuig voldoet aan de toepasselijke CO₂-voorwaarden.
De keuze blijft cruciaal tussen :
Belangrijk om te herinneren: indien de belastingplichtige opteert voor de forfaitaire kosten, is geen aanvullende aftrek voor de forfaitaire vergoeding van 0,15 €/km mogelijk, aangezien deze als inbegrepen wordt beschouwd in de globale forfaitaire kosten.
Voertuigstatus | Forfait 0,15 €/km in 2026 |
Elektrisch voertuig | ✅ Behouden |
Verbrandingsvoertuig gekocht vóór 01/07/2023 | ⚠️ Gedeeltelijk (50 %) |
Verbrandingsvoertuig gekocht tussen 01/07/2023 en 31/12/2025 | ⚠️ Gedeeltelijk (50 %) |
Verbrandingsvoertuig of hybride gekocht in 2026 | ❌ Afschaffing |
De geleidelijke verdwijning van het forfait van 0,15 €/km voor verbrandingsvoertuigen betekent een structurele verandering in de fiscaliteit van woon-werkverkeer.
Naast de onmiddellijke financiële impact vereist deze hervorming een strategische reflectie over de keuze van het voertuig, de manier van aftrekken van kosten en, ruimer, de organisatie van professionele mobiliteit.
In deze context speelt de accountant een centrale rol: de fiscale regelgeving vertalen in concrete beslissingen die aansluiten bij de realiteit van elke belastingplichtige.