
Ingevoerd in 2019, stelt het mobiliteitsbudget de werknemer in staat om afstand te doen van zijn bedrijfswagen (of het recht erop) in ruil voor een budget gelijk aan de jaarlijkse totale kost (TCO).
Dit budget kan worden verdeeld over drie aanvullende pijlers:
Voor 2026 wordt het mobiliteitsbudget bepaald tussen minimaal 3.233 EUR en maximaal 17.244 EUR per jaar.
De federale regering bevestigde een gefaseerde invoering van de verplichting, naargelang de grootte van de ondernemingen.
Werkgevers met minstens 50 werknemers zullen verplicht zijn om het mobiliteitsbudget aan te bieden aan werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen.
Het is belangrijk te benadrukken dat deze verplichting betrekking heeft op het aanbod, en niet op de aanvaarding: de uiteindelijke keuze blijft aan de werknemer.
Werkgevers met minder dan 50 werknemers krijgen een bijkomend jaar om aan deze verplichting te voldoen.
Sommige categorieën werkgevers blijven uitgesloten van het systeem:
De wetgever handhaaft het principe dat de werkgever één of meerdere bedrijfswagens gedurende meer dan 36 maanden ter beschikking heeft gesteld om verplicht te zijn een mobiliteitsbudget aan te bieden.
Deze periode kan echter onderbroken worden, wat meer flexibiliteit biedt in bepaalde situaties van herstructurering of vlootovergang.
Bovendien bepaalt de tekst expliciet dat de werkgever kan wachten tot het einde van het lopende lease- of huurcontract voordat hij de ruil tegen een mobiliteitsbudget mogelijk maakt, waardoor dure contractbreuken worden vermeden.
Een nieuw element verdient bijzondere aandacht: de regering wil werkgevers de mogelijkheid geven om de keuze voor een wagen uit pijler 1 (nul-uitstoot) op te leggen voor bepaalde functies.
Deze mogelijkheid zou strikt worden afgebakend en gebaseerd zijn op:
Deze criteria moeten respecteren de principes van non-discriminatie en proportionaliteit, wat onvermijdelijk een belangrijk juridisch en sociaal beoordelingskader zal openen.
Dit uitstel tot 2027 vormt geen onderbreking, maar wel een fase van strategische voorbereiding.
Voor de betrokken ondernemingen gaat het nu om:
Voor accountants wordt het mobiliteitsbudget een echte interdisciplinaire adviestool, op het snijvlak van fiscaliteit, sociaal recht, HR-management en bedrijfsstrategie.
Het uitstel van de verplichting tot het mobiliteitsbudget tot 2027 moet niet worden gezien als een vertraging, maar als een oproep tot een betere structurering van de transitie. De hervorming blijft ambitieus en markeert een diepgaande evolutie van de indirecte beloning in België.
In deze context is de rol van de accountant cruciaal: verlichten, anticiperen en begeleiden, zodat deze reglementaire verplichting een beheersbare kans wordt in plaats van een opgelegde last.
Bron: Ministerraad van 9 januari 2026