• FR
  • NL
  • EN

Meerwaardebelasting: een parlementair debat zonder de accountants?

De hoorzittingen die de afgelopen dagen werden georganiseerd in de Commissie Financiën van de Kamer over de toekomstige belasting op meerwaarden hebben aanleiding gegeven tot bijzonder scherpe kritiek. Economen, professoren fiscaal recht, vertegenwoordigers van investeerders en de banksector wezen op de technische tekortkomingen, de nadelige economische effecten en de toenemende complexiteit van het voorliggende systeem.

Er valt echter één vaststelling te maken: de accountants en fiscaal adviseurs, die nochtans centraal staan in de reële economie en het advies aan ondernemers, zijn niet gehoord geweest. Dit afwezig zijn roept vragen op. Is het redelijk om te wetgeven over een zo ingrijpende hervorming zonder diegenen te horen die dagelijks de KMO’s, zelfstandigen, start-ups en familiebedrijven bijstaan?


1. Een kritische consensus… maar onvolledig

De geraadpleegde deskundigen schetsten een zorgwekkend beeld.

Allen of bijna allen uitten kritiek op een belasting die haar doel mist, terwijl ze pretendeert “de bredere schouders” te belasten, maar in werkelijkheid een intermediaire klasse van investeerders en ondernemers treft.

Verschillende kritiekpunten keren herhaaldelijk terug:

  • een toegenomen juridische en operationele complexiteit, bestempeld als een nieuwe “laag fiscale lasagne”;
  • arbitraire drempels (10.000 €, 1 miljoen €, 20 % participatie) die economisch moeilijk te rechtvaardigen zijn;
  • aanhoudende juridische onzekerheid;
  • een risico op verplaatsing van activiteiten, voortijdige verkopen of ontwijkingsgedrag.

Deze analyses zijn stevig. Maar ze blijven grotendeels macro-economisch of financieel.


2. Het blinde vlak van het debat: de dagelijkse praktijk van ondernemingen

Wat ontbreekt in het parlementaire debat is de operationele dimensie.

Precies daar spelen de boekhouders een centrale rol.

Dagelijks begeleiden zij:

  • ondernemers die hun persoonlijk vermogen investeren in hun bedrijf;
  • bestuurders die keuzes maken tussen herinvestering, uitkering, overdracht of verkoop;
  • start-ups die twijfelen om hun kapitaal te openen;
  • zelfstandigen die op lange termijn sparen via de reële economie.

Voor deze actoren is de belasting op meerwaarden geen abstract begrip. Ze beïnvloedt rechtstreeks:

  • de perceptie van ondernemingsrisico;
  • de duidelijkheid van het fiscale kader;
  • het vertrouwen in de stabiliteit van de spelregels.

Juist deze praktijkgerichte visie is niet in de Kamer naar voren gebracht.


3. Een onderschatte gedragsmatige impact van de belasting

De hoorzittingen toonden aan dat de belasting aanzet tot:

  • voortijdige verkopen vóór het overschrijden van drempels;
  • kunstmatige opsplitsing van participaties;
  • een voorkeur voor minder risicovolle of minder productieve activa;
  • een verschuiving van kapitaal naar het buitenland.

Maar het moet verder worden bekeken.

Voor veel ondernemers is fiscaliteit niet enkel een kost: het is een signaal.

Een belasting die wordt ervaren als:

  • instabiel,
  • complex,
  • onvoldoende gericht,

kan een gevoel van vervreemding tussen de wetgever en de reële economie voeden.

Boekhouders zijn net degenen die dagelijks de psychologische en strategische impact van deze fiscale signalen op investeringsbeslissingen meten.


4. De banken gehoord, maar de adviseurs van KMO’s afwezig

Het contrast is frappant:

de banken werden gehoord en maakten de IT- en operationele kosten van de hervorming zeer concreet (60 tot 80 miljoen euro), terwijl ze waarschuwden voor risico’s van fouten en aansprakelijkheid.

De boekhouders hadden kunnen verhelderen:

  • de extra administratieve last voor KMO’s;
  • de moeilijkheden voor bestuurders om het te begrijpen;
  • de verkeerde keuzes die voortvloeien uit een gedeeltelijke interpretatie van de hervorming;
  • het cumulatieve effect met andere recente fiscale maatregelen (dividenden, minimale bezoldiging, voordeel alle aard, meerwaarden, enz.).

Hun afwezigheid zorgt voor een duidelijke scheefstand in de parlementaire analyse.


5. Een bredere vraag: kent het Parlement de werking van de reële economie wel?

De vraag mag zonder provocatie worden gesteld.

Is het denkbaar een grote fiscale hervorming te maken zonder diegenen te horen die:

  • de wet concreet vertalen naar beslissingen;
  • de scheppers van welvaart begeleiden;
  • de conformiteit en juridische zekerheid van ondernemingen garanderen?

Fiscaliteit is niet enkel een budgettair instrument.

Het is een instrument van economisch beleid, waarvan de doeltreffendheid ook afhangt van het begrip, de aanvaarding en de voorspelbaarheid.


6. Overzichtstabel – wat het debat heeft behandeld… en wat het is vergeten

Dimensie

Gehouden hoorzittingen

Ontbrekende invalshoek

Fiscaal rechtvaardigheid

✔️


Juridische complexiteit

✔️


Bankkosten

✔️


Ontwijkingsgedrag

✔️


Impact op KMO’s & zelfstandigen

Accountants en fiscaal adviseurs

Duidelijkheid voor ondernemers

Economische praktijk

Praktische implementatie

Dagelijks advies


7. Institutionele aanbevelingen

In deze context dringen zich verschillende pistes op:

  • Formeel betrekken van accountants en fiscaal adviseurs bij het parlementaire werk rond structurele fiscale hervormingen;
  • het integreren van een praktijkgerichte impactanalyse voor KMO’s en zelfstandigen;
  • het herdenken van de belasting binnen een globale en coherente visie op het kapitaalfiscaliteit;
  • het herstellen van vertrouwen via een brede consultatie met inbegrip van de cijferberoepen.


Conclusie

De parlementaire hoorzittingen hebben veel kwetsbaarheden van de toekomstige belasting op meerwaarden blootgelegd. Maar ze hebben ook een grote lacune aangetoond: de afwezigheid van de stem van accountants en fiscaal adviseurs.

Toch zijn zij het die het kruispunt vormen tussen fiscale norm en reële economie.

Hen negeren betekent het risico nemen een technisch geavanceerde hervorming te ontwerpen die losstaat van de ondernemingsrealiteit.

In een context waar initiatief, investering en waardeschepping worden aangemoedigd, is het horen van degenen die ondernemers dagelijks adviseren geen luxe: het is een economische noodzaak.

Mots clés