
Het debat van de voorbije weken ging grotendeels voorbij aan de kern van wat een energieschok eigenlijk betekent voor onze economie. Voor drievierde van onze energie zijn we afhankelijk van het buitenland, bij de hoogste van Europa. Als de prijs van die ingevoerde energie omwille van om het even welke crisis ergens ver weg opeens fors stijgt, dan betekent dat sowieso een collectieve verarming voor ons. Op korte termijn hebben we immers geen andere keuze dan die hogere prijs te betalen.
De enige keuze die we bij zo’n energieschok hebben, is hoe we die extra energiefactuur verdelen binnen onze economie. Meer dan in de rest van Europa wordt die factuur in ons land doorgeschoven naar de bedrijven. Via de automatische loonindexering moeten die immers ook het grootste deel van de energiefactuur van hun werknemers compenseren. In de meeste andere Europese landen, waar er geen automatische indexering bestaat, wordt die factuur veel meer gedeeld tussen bedrijven en gezinnen.
En in tegenstelling tot wat de voorbije weken in sommige hoeken beweerd werd, is het ook niet zo dat onze overheid slapend rijk wordt van zo’n energieschok. Het klopt dat de belastinginkomsten op energieproducten iets hoger zullen uitvallen, maar tegelijkertijd verliest de overheid een veelvoud van die ‘winst’ door de impact van de lagere economische groei en de hogere rente op de overheidsfinanciën.
Deze energiesteun zal weinig of niets veranderen aan de energieschok waarmee we geconfronteerd worden. Het schuift nog een extra deeltje van de factuur door van de gezinnen naar de bedrijven, die moeten opdraaien voor de hogere woonwerkvergoeding. De bedoeling is om dat te compenseren via een belastingkrediet, waardoor de factuur doorgeschoven zou worden naar de overheid. Dat laatste dreigt evenwel vrij complex te worden, en op dit moment is niet duidelijk hoe dat concreet uitgewerkt zal worden. Het is zeer goed mogelijk dat dit de weg op gaat van eerdere, veel te complex uitgewerkte maatregelen zoals de centenindex of de meerwaardebelasting.
Als we echt onze samenleving beter bestand willen maken tegen dit soort externe schokken, dan moeten we vooral onze afhankelijkheid van ingevoerde fossiele energie afbouwen. Dat betekent veel meer investeren in hernieuwbare energiebronnen en inzetten op een sterkere interconnectie met de landen rondom ons. Dat hebben we ook na de vorige energieschok in 2022 te weinig gedaan. Ook nu stoppen we meer tijd in discussies over showmaatregelen, dan in echt structurele oplossingen.
Is deze energiesteun het einde van de wereld of een enorme extra klap voor onze overheidsfinanciën? Neen. Is deze steun een oplossing voor de energieschok waarmee onze economie geconfronteerd wordt? Ook niet. Het is vooral een illustratie van hoe we telkens weer verwachten dat de overheid alles oplost en alle risico’s moet wegnemen. Wat ze uiteraard niet kan, en wat ook niet noodzakelijk positief is voor onze welvaart en weerbaarheid op langere termijn. Daardoor spenderen we telkens weer veel tijd en energie aan showmaatregelen, terwijl de echte (weliswaar minder mediagenieke) uitdagingen die op ons afkomen blijven liggen.
Als we echt de koopkracht structureel willen versterken, dan zal dat vooral moeten komen van een sterkere economische groei. Koopkrachtmaatregelen die niet gebouwd zijn op economische groei zijn weinig meer dan een illusie. Om die sterkere groei waar te maken, is er heel wat mogelijk: een beter werkende arbeidsmarkt, een versnelde uitrol van AI, digitalisering van de overheid, een afgewerkte Europese interne markt, minder regulering, het wegwerken van allerlei hindernissen voor dingen waar we sterk in zijn zoals biotech, farma, chemie…
Het IMF maakte vorige week nog maar eens duidelijk dat het effectief ook anders kan. Een pakket aan structurele hervormingen op nationaal niveau en de afwerking van de ééngemaakte markt op Europees niveau zou de economische activiteit in Europa spectaculair kunnen opdrijven. De simulatie van het IMF wijst op een potentieel van 35% op tien jaar tijd. Op Belgisch niveau zou dat overeen komen met 240 miljard (in euro’s van vandaag) extra aan economische activiteit. Het IMF gaf daarbij ook aan dat de grootste winnaars van zo’n hervormingsbeleid open regio’s met een lage werkgelegenheid en een hoge productiviteit zouden zijn (België dus). Dat soort simulaties kan best met meer dan één korrel zout genomen worden, maar het zou wel duidelijk moeten maken dat er een enorm potentieel is voor sterkere economische groei in Europa (met maatregelen die we zelf in de hand hebben).
Het beleid kan echt het verschil maken voor meer welvaart voor iedereen. Daarvoor is ernstig beleidswerk nodig. Het soort showpolitiek van de energiesteun van deze week draagt daar niet toe bij.