

Meer info : Federaal plan duurzame ontwikkeling: weinigvooruitgang in de implementatie in 2025, Auteurs: Mathijs Buts, mb@plan.be; Patricia Delbaere, dp@plan.be
De wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling bepaalt dat de federale regering binnen het jaar na haar vorming een Federaal plan voor duurzame ontwikkeling moet goedkeuren. Dit plan legt "de te nemen maatregelen vast op federaal niveau met het oog op de realisatie van enerzijds de internationale en Europese verbintenissen en anderzijds de doelstellingen vastgelegd in de langetermijnvisie" (BS, 1997, art. 3). Het plan moet dus onder andere bijdragen aan de realisatie van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties voor 2030 (SDG’s; UN, 2015), net als van de doelstellingen van de Federale langetermijnvisie voor 2050 (BS, 2013).
Op 1 oktober 2021 keurde de federale regering voor de derde keer sinds de invoering van de wet in 1997 een Federaal plan goed (Federale regering, 2021). Dat plan bevat richtlijnen en maatregelen om samen te werken rond bijvoorbeeld de inperking van armoede- en rampenrisico’s, het promoten van circulaire economie en de voorbeeldrol voor de overheidsdiensten.
Deze wet voorziet ook in een Federaal rapport inzake duurzame ontwikkeling van het Federaal Planbureau (FPB; BS, 1997, art. 7). Dat rapport bevat onder meer een evaluatie van de implementatie van het Federaal plan. Om die evaluatieopdracht in te vullen, heeft het FPB in 2005 een indicator ontwikkeld waarin alle informatie over de implementatie van de maatregelen samengevat wordt (FPB, 2005). Daarin worden maatregelen opgedeeld in vijf categorieën: ofwel is er geen informatie beschikbaar ('zonder informatie'), ofwel zijn ze 'zonder gevolg', ofwel is de implementatie gestart en zijn ze 'in voorbereiding', 'in uitvoering' of 'in monitoring'.
Het Federaal Planbureau presenteert de resultaten van de implementatie van het Federaal plan uit 2021, na eerdere publicaties in 2023 (in een Working Paper, FPB), 2024 (in het Federaal rapport, FPB) en vorig jaar (in een artikel, FPB). Het beschrijft ook kort de methodologie voor de opvolging.
De resultaten tonen dat de overheidsdiensten rapporteren over alle maatregelen van het Federaal plan. Verder is vier jaar na de start van het plan ruim een kwart van de maatregelen (25,9%) zonder gevolg.
De implementatie van driekwart van de maatregelen is dus gestart. Bij 22 maatregelen (9,2%) is de voorbereiding van de uitvoering gestart, 143 maatregelen (59,8%) zijn in uitvoering en 12 maatregelen (5%) worden gemonitord.
De grafiek toont dat het aandeel maatregelen zonder informatie en zonder gevolg doorheen de jaren is gedaald ten voordele van de maatregelen in voorbereiding, in uitvoering of in monitoring. Binnen die drie categorieën is er een daling van het aandeel maatregelen in voorbereiding ten voordele van de maatregelen in uitvoering en in monitoring. Het laatste jaar stagneert het aandeel maatregelen in uitvoering wel en stijgt het aandeel maatregelen zonder gevolg. Een aantal maatregelen die eigenlijk jaarlijks weerkerende beleidsacties vergen, was in vorige jaren wel in een fase van uitvoering en is dat dit jaar niet meer.
Het Federaal Planbureau analyseert ook de implementatie volgens verschillende criteria: het interdepartementaal karakter van de maatregelen, de hoofdstukken van het Federaal plan (die overeenstemmen met de duurzame ontwikkelingsthema's uit het plan), de implementatietermijn, de gebruikte beleidsinstrumenten, de impact op de samenleving en de (politieke) oorsprong van de maatregel.
Er zijn erg weinig maatregelen waarbij geen overheidsdiensten samenwerken (niet-interdepartementaal karakter) en zonder timing. Daardoor is het niet zinvol om iets te zeggen over de mate van implementatie van de maatregelen opgesplitst volgens die criteria.
De maatregelen uit hoofdstukken B.2 ('Beleidscoherentie') en C.5 ('Financiering') zijn duidelijk minder geïmplementeerd dan de maatregelen uit de andere hoofdstukken. Dat zijn wel de twee hoofdstukken met de minste maatregelen. De maatregelen uit hoofdstukken C.2 ('Versterken van de veerkracht tegen risico’s') en C.4 ('Veranderen van mobiliteitsmodel') doen het merkelijk beter en zijn het minste zonder gevolg. In dit laatste hoofdstuk werd de meeste vooruitgang geboekt tegenover vorig jaar en is ook het hoogste percentage maatregelen in monitoring.
De maatregelen die gebruik maken van economische instrumenten zijn het vaakst zonder gevolg, maar ook hier geldt dat het om een kleine groep maatregelen gaat en dat het dus gevaarlijk is om verregaande conclusies te trekken. De maatregelen die gebruik maken van communicatieve instrumenten boekten de meeste vooruitgang. Bij de maatregelen die gebruik maken van programmerende of opvolgingsinstrumenten steeg het aandeel maatregelen zonder gevolg echter. Ook bij maatregelen met een gedeeltelijk direct effect op de samenleving (vaak maatregelen die gebruik maken van communicatieve instrumenten) werd vooruitgang geboekt in de implementatie: het aandeel maatregelen in voorbereiding daalde, terwijl het aandeel maatregelen in uitvoering steeg. Het zijn inderdaad maatregelen (zoals een informatie- of sensibiliseringscampagne) die een duidelijke voorbereidingsfase vergen.
Een laatste criterium deelt de maatregelen in volgens oorsprong: zijn het 'nieuwe' maatregelen of werden ze 'overgenomen' uit een andere beleidsbron (zoals het regeerakkoord). De analyse wijst uit dat de verschillen tussen de 'nieuwe' en de ‘overgenomen’ maatregelen relatief beperkt zijn, met vooral iets meer maatregelen in voorbereiding bij de ‘nieuwe’ maatregelen. Een analyse doorheen de gegevens van alle jaren maakt echter een verschillende evolutie zichtbaar. De uitvoering van de nieuwe maatregelen kende in het laatste jaar een achteruitgang: het aandeel maatregelen in uitvoering daalde; het aandeel maatregelen zonder gevolg steeg. Uit deze analyse blijkt dat ze een eigen dynamiek hebben in hun implementatie, al kon de reden van deze achteruitgang niet geïdentificeerd worden.
Voor de berekening van deze indicator steunt het FPB sinds het begin op de interne opvolging van de Interdepartementale Commissie Duurzame Ontwikkeling (ICDO), meer bepaald op informatie uit de jaarverslagen van haar leden en de bijbehorende databank. In het kader van de goedkeuring van het Federaal plan voor duurzame ontwikkeling in 2021 hebben het FPB en de ICDO een gezamenlijke aanpak ontwikkeld. Het doel van die aanpak is om de meest complete gegevens over de implementatie van het Federaal plan beschikbaar te stellen via een proces in verschillende fasen.
De eerste stap was het identificeren van de maatregelen van het Federaal plan in het voorjaar van 2022. De twee instellingen werkten samen om één gezamenlijke lijst van maatregelen op te stellen, wat een meer uniforme evaluatie mogelijk maakt. Op die manier rapporteren beide instellingen over dezelfde maatregelen en aantallen.
Vanaf het najaar van 2022 werd een jaarlijks iteratief proces opgezet. Dat proces bestaat uit drie fasen: een gegevensverzamelingsfase, een analyse- en validatiefase van de verzamelde gegevens, en een berekeningsfase voor de indicator zelf.
Na de eerdere evaluaties in 2023, 2024 en 2025 worden de resultaten hier voor de vierde keer gepresenteerd. Het Federaal plan is geldig tot de aanname van een volgend plan, voorzien binnen het jaar na de vorming van een regering, dus voor 31 januari 2026. Aangezien dit plan nog niet aangenomen werd, zal er nog een eindevaluatie volgen van het Federaal plan uit 2021.
Op langere termijn, naar het volgend plan toe, zijn er een aantal pistes om de rapportering en de evaluatie te verbeteren.
Bij het ontwerp van het plan is de kwaliteit van de maatregelen en hun formulering voor verbetering vatbaar. Het is makkelijker om te rapporteren over een maatregel die al heel duidelijk middelen, verantwoordelijken, enz. aanduidt, dan als de maatregel strategisch is geformuleerd en eerder een doelstelling verwoordt, zoals bijvoorbeeld 'iets verbeteren/versterken'. Soms omvatten maatregelen ook meerdere acties en is het beter om die ene maatregel op te splitsen in meerdere maatregelen om de evaluatie van hun uitvoering te vergemakkelijken.
Daarnaast kan de rapportering over het plan door de ICDO nog vereenvoudigd worden: de rapportageverantwoordelijkheid kan duidelijker gedefinieerd worden en de manier van rapporteren kan verfijnd worden.