• FR
  • NL
  • EN

Circulaire 2026/C/34 over de opheffing van de belastingvermindering voor PWA-cheques en dienstencheques door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting publiceerde op 06/03/2026 de Circulaire 2026/C/34 over de opheffing van de belastingvermindering voor PWA-cheques en dienstencheques door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Bespreking van de Ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 18.12.2025 tot wijziging van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 met het oog op de afschaffing van de belastingvermindering voor dienstencheques (BS 31.12.2025, Ed. 3 – Numac: 2025009750).

Inhoudstafel

I. Inleiding

II. Bespreking

III. Inwerkingtreding

IV. Wetgeving

I. Inleiding

1. Vanaf aanslagjaar 2027 heft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de belastingvermindering op voor uitgaven die zijn betaald voor prestaties te verrichten door een werknemer in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen en voor prestaties betaald met dienstencheques (1).

(1) Art. 2 en 3, Ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 18.12.2025 tot wijziging van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 met het oog op de afschaffing van de belastingvermindering voor dienstencheques (BS 31.12.2025, Ed. 3 – Numac: 2025009750) (hierna Ordonnantie 18.12.2025).

II. Bespreking

2. De bedoelde belastingvermindering werd onder bepaalde voorwaarden verleend voor de uitgaven tot ten hoogste 1.850 euro (2) per belastingplichtige die geen beroepskosten zijn en die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald:

- voor prestaties, te verrichten door een werknemer in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (PWA)

- of voor prestaties betaald met dienstencheques, andere dan sociale dienstencheques (3).

(2) Geïndexeerd bedrag voor aanslagjaar 2026.
(3) Art. 14521-23, WIB 92 (Brussels Hoofdstedelijk Gewest).

De uitgaven kwamen maar voor de belastingvermindering in aanmerking op voorwaarde dat de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de inkomstenbelastingen een attest kon overleggen dat uitgereikt was door de uitgever van de PWA-cheques of dienstencheques (4).

(4) Art. 6310, KB/WIB 92 (Brussels Hoofdstedelijk Gewest).

3. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heft vanaf aanslagjaar 2027 de art. 14521-23, WIB 92 op (5). Er zal dus vanaf aanslagjaar 2027 geen fiscaal voordeel meer gelden voor PWA-cheques en dienstencheques in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

(5) Art. 2 en 3, Ordonnantie 18.12.2025.

Bepaling van het bevoegde gewest

4. Wat de personenbelasting betreft, is het gewest waarvan de bepalingen zullen worden toegepast, het gewest waar de belastingplichtige zijn fiscale woonplaats heeft op 1 januari van het aanslagjaar (6).

(6) Voor bijkomende uitleg over dit onderwerp, zie nrs. 32 tot 36 van de circulaire AAFisc nr. 29/2014 (nr. Ci.RH.331/633.424) van 07.07.2014 over de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting en wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners ingevolge de uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten in het kader van de zesde staatshervorming.

Voor niet-inwoners gelden specifieke lokalisatieregels. Zo hangt het bevoegde gewest bijvoorbeeld af van de hoogte van de beroepsinkomsten die in een gewest werden verkregen (7).

(7) Voor bijkomende uitleg over dit onderwerp, zie nrs. 63 tot 67 van de circulaire AAFisc nr. 29/2014 (nr. Ci.RH.331/633.424) van 07.07.2014 over de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting en wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners ingevolge de uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten in het kader van de zesde staatshervorming.

Het is bijgevolg niet determinerend waar de belastingplichtige zijn fiscale woonplaats had bij aankoop van de cheques.

Voorbeeld

Een rijksinwoner had in 2026 zijn fiscale woonplaats in het Waals Gewest. In die periode koopt hij dienstencheques aan.

Op 01.12.2026 verhuist hij naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waar hij vanaf dan zijn fiscale woonplaats heeft.

Voor het aanslagjaar 2027 (inkomstenjaar 2026) is zijn fiscale woonplaats op 01.01.2027 bepalend. Dat betekent dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd is voor dit aanslagjaar.

De dienstencheques die hij in 2026 heeft aangekocht geven geen recht op een belastingvermindering, omdat deze belastingvermindering niet meer van toepassing is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

III. Inwerkingtreding

5. De opheffing van de belastingvermindering voor PWA-cheques en dienstencheques treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2027.

IV. Wetgeving

6. Art. 2 en 3, Ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 18.12.2025 tot wijziging van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 met het oog op de afschaffing van de belastingvermindering voor dienstencheques (BS 31.12.2025, Ed. 3 – Numac: 2025009750).

Interne ref.: 748.782


Mots clés

Articles recommandés

Fiscaliteit
Circulaire | Instructies
F.F.F.

Circulaire 2026/C/38 over tussenkomsten van de werkgever voor thuiswerk

Gepubliceerd op 12 Mar 2026 bij 06:49
Lezen 1min
Fiscaliteit
Circulaire | Instructies
F.F.F.

Circulaire 2026/C/35 over de vergoedingen voor verblijfkosten in België

Gepubliceerd op 05 Mar 2026 bij 10:33
Lezen 3min
Politiek en Economie
De expert aan het woord
F.F.F.

BTW, de weinig geliefde en slecht toegepaste belasting!