• FR
  • NL
  • EN

Boer let op uw ganzen! Waarom de “centenindex” eigenlijk een verkapte belastingverhoging is.

Vandaag stemt het parlement de gecontesteerde “centenindex”. Met deze maatregel wil de Arizona-regering de automatisch loonindexering gedeeltelijk aan banden leggen met als doel de loonkosten voor de bedrijven te temperen en de begroting te ondersteunen. Een noodzakelijke stap volgens de regering.

Maar wat is het effect voor de werknemers en de ambtenaren? Een belastingverhoging?

De automatische loonindexering: sociale step-up of economische step-down?

De automatische loonindexering in België is een wettelijk systeem dat de lonen, pensioenen en uitkeringen koppelt aan de levensduurte. Zodra de prijzen van alledaagse goederen en diensten stijgen (gemeten via de gezondheidsindex), stijgen de inkomens automatisch met een gelijk percentage mee. Het doel van dit unieke mechanisme is om de koopkracht van de burgers te beschermen tegen de gevolgen van inflatie, zonder dat er telkens over nieuwe loonvoorwaarden onderhandeld hoeft te worden.

Op zich een zeer valabel en werkbaar sociaal systeem, dat echter al geruime tijd onder economisch vuur ligt. De voorstanders van het systeem wijzen steevast op het sociaal effect van de automatische loonindexering en het vrijwaren van de koopkracht van de gezinnen. De criticasters van het systeem stellen dan weer dat de automatische loonindexering nefast is voor de loonkosten en concurrentie-positie van de Belgische bedrijven en tevens een negatieve impact heeft op de overheidsuitgaven door de stijgende ambtenarenlonen.

Het Arizona-compromis: de centenindex

Om tegemoet te komen aan de economische en budgettaire perikelen hebben de coalitie-partners binnen de Arizona-regering beslist om de automatische loonindexering gedeeltelijk aan banden te leggen via een zogenaamde “centenindex”. In plaats van een volledige procentuele verhoging van het loon voor iedereen, voert de centenindex een indexeringsplafond in boven een bepaalde loongrens. Boven deze grens wordt het loon niet meer in procenten geïndexeerd, maar wel via een vast bedrag in euro’s, dat lager ligt dan de procentuele indexering. De centenindex zou 1 keer in 2026 en 1 keer in 2028 worden toegepast.

De inkomensgrens is bepaald op 4.000 euro per maand voor lonen en 2.000 euro per maand voor pensioenen en sociale uitkeringen. Tot dit grensbedrag wordt de normale indexering toegestaan en boven dit grensbedrag wordt de normale indexering afgetopt tot 2%. Stel dat uw bruto-loon 5.000 euro bedraagt en de normale indexering 2,5% bedraagt, dan zou uw loon met 125 euro stijgen. Door de centenindex zal dat lager zijn. Tot 4.000 euro zal uw loon met 2,5% stijgen (100 euro ), maar op het deel tussen 4.000 en 5.000 euro krijgt u slechts een stijging van 2,5%-2% of 0,5% (5 euro). In plaats van 125 euro, zal u dus slechts 105 euro extra verloning krijgen.

De centenindex zorgt er dus voor dat de overheid zelf kan besparen op de lonen van ambtenaren en op pensioenen en sociale uitkeringen. Ook de bedrijven zien hun loonkosten enigszins dalen, maar de werkgevers kunnen de uitgespaarde loonkosten niet volledig behouden. Zij moeten immers 50% van de totale besparing doorstorten naar de Schatkist via de zogenaamde tijdelijke loonmatigingsbijdrage.

Het “belastingverhogend”-effect van de centenindex

Het kan niet worden ontkend dat de centenindex de koopkracht van heel wat mensen zal aantasten. Het mediaanloon in België bedroeg in 2022 volgens Statbel 3.728 euro bruto per maand, hetgeen betekent dat de helft van alle werknemers en ambtenaren meer verdient en dus met quasi zekerheid door de centenindex zullen worden getroffen.

Hoewel de maatregel technisch is ingekleed als een tijdelijke loonmatiging zorgt het mechanisme enerzijds voor positieve budgettaire effecten (extra inkomsten en minder uitgaven) voor de overheid en anderzijds voor minder besteedbaar inkomen (koopkracht) voor de gezinnen. In essentie heeft de centenindex dan ook net hetzelfde effect als een belastingverhoging.

De loonmatiging bij bedrijven werkt immers niet volledig door. De werkgever bespaart wel op de loonkosten maar is verplicht om de helft van de uitgespaarde indexering door te storten aan de overheid via een specifieke, nieuwe bijdrage aan de RSZ (de loonmatigingsbijdrage). Omdat de overheid hier een nieuw financieel kanaal creëert om middelen rechtstreeks uit de loonmassa af te romen naar de schatkist, kan dit als een (para)fiscale belastingverhoging op arbeid worden beschouwd. Wat normaal naar de werknemer zou vloeien (en waar de overheid via de normale personenbelasting een deel van zou nemen), wordt nu direct aan de bron voor de helft opgeëist.

Daarnaast betekent de centenindex voor de gezinnen dat het reële loon de inflatie niet meer volledig volgt. Het nominale loon stijgt wel maar het loondeel boven de 4.000 euro brokkelt af door de inflatie. Dit kan economisch worden beschouwd als een “inflatietaks” of een verdoken belasting op het inkomen. Men moet immers meer betalen voor dezelfde goederen, zonder dat het inkomen proportioneel meestijgt, wat netto exact hetzelfde effect heeft als een verhoging van de personenbelasting.

Samengevat:

Boer let op uw ganzen! De centenindex kan als een feitelijke belastingverhoging bestempeld worden omdat de overheid enerzijds via de loonmatigingsbijdrage rechtstreeks een greep doet in de misgelopen indexering van de werknemer, en anderzijds de misgelopen indexering aan werknemerszijde fungeert als een de facto koopkrachtvermindering.

Mots clés

Articles recommandés